Historisch tijdpad

1905 – bouw van de Hendrina Johanna

Jan van Sadelhoff eigenaar van de Hendirna Johanna

Jan van Sadelhoff

In opdracht van de 29-jarige steenfabrikant Jan van Sadelhoff uit Loo, wordt op de werf H. de Goede in Doesburg de Hagenaar Hendrina Johanna gebouwd.

Waar de naam van het schip vandaan komt is niet duidelijk. De namen Johannes/Johanna en Hendrikus/Hendrina komen wel regelmatig voor in de familie Sadelhoff. Zo had Jan een halfzuster Johanna Hendrina (Anna).

Op 15 juni 1905 wordt het schip voor het eerst gemeten in Amsterdam.
In het kadaster staat het dan te boek als een stalen “hevelaak”.

 


1910 – nieuwe eigenaren

De vader van Jan van Sadelhoff overlijdt en laat hem de steenfabriek Loowaard in Loo na. Jan wordt op slag verantwoordelijk voor het hele reilen en zeilen van de fabriek en dat is waarschijnlijk de reden dat hij de Hendrina Johanna verkoopt.

De nieuwe eigenaren zijn Hendrina van Megen en A. van Megen uit Duiven. Het schip heeft een certificaat tot aan Köln en Hendrina’s zoon Johannes Albertus Wanders wordt hun zetschipper.

Afmetingen volgens het Kadaster en Rijnvaartregister:
21,50 x 4,12 x 1,57 meter en 82,209 ton groot 

 


1919 – samenwerking

De Hendrina Johanna wordt gedeeld eigendom van Hendrina van Megen en haar zoon Johannes Albertus (Jan) Wanders, die ook de schipper is.

Als zij in 1927 het schip opnieuw laten meten in Rotterdam staat er de naam Di-Jo op. Waarschijnlijk een verwijzing naar hun beider namen. Het schip staat dan te boek als hevelaakzeilschip.

Jan Wanders en vrouw op de Hagenaar Hendrina Johanna

Schipper Jan Wanders en zijn vrouw Mina

 


1930 – verkoop

Hendrina van Megen en haar zoon Jan Wanders verkopen de Di-Jo aan schipper Jan Boer, uit Nieuwpoort.

Op de rand van het kajuitdak aan het achterdek komt als brandmerk te staan: 139 B Arnhem 1930.
In de akte wordt het schip vermeld als:

Een ijzeren Hevelaak, metende 82.209 ton,
hebbende 1 mast, zonder mechanische kracht,
met roeiboot.

 


1934 – verlenging

Eigenaar Jan Boer geeft opdracht tot ‘het verlengen, het maken van nieuwe gangboorden en dennenboom’ van de Di-Jo.

Scheepswerf J. Hendriks in Dodewaard neemt het op zich om het schip aan te passen naar de wensen van de eigenaar en rekent daar duizend gulden voor. Het schip wordt verlengd naar 26,41 meter, met een waterverplaatsing van 109.384 ton.

 


1940 tot 1945 – afgezonken

Om grindgaten af te sluiten is de Di-Jo tijdens de oorlogsjaren bewust afgezonken.

Het schip houdt er kenmerkende markeringen aan over: kleine diepe gaten in kop en kont, afkomstig van mitrailleurvuur.

 


1954 – hypotheek

Eigenaar Jan Boer neemt een hypotheek op de Di-Jo en wordt in de officiële stukken omschreven als:

Sleepschip met zijschroefinstallatie
12/15 PK Claes dieselmotor no. E9671, aangebracht op carter
hebbende woonroef, vooronder en laadruim.
Met een verplaatsing van 126.563 m3.

De Di-Jo is blijkbaar niet langer afhankelijk van haar zeilkunst, maar kan nu ook op de motor gevaren worden.

 


1954 tot 1986 – ondergedoken

Ondanks speurtochten in de archieven, verdwijnt de Hagenaar Di-Jo ruim dertig jaar uit beeld en duikt pas weer op in 1986.

Het schip is tegen die tijd in handen van M.R. Vooges, Scheepsrestauratie en -reparatie en heeft wederom een naamswijziging ondergaan. De Di-Jo is omgedoopt tot Gemma Everdina.

 


1986/87 – taxatie en keuring

Taxatie

Eigenaar M.R. Vooges, Scheepsrestauratie en – reparatie, laat motorzeilschip Gemma Everdina taxeren.

Het schip wordt omschreven als:

21.54 m lang, 4.12 m breed, 0.54 m diep,
Aak Hagenaar, mercedes 312 188 1102,
bouwjaar motor 1962

De Gemma Everdina is afgekort en teruggebracht tot z’n originele lengte. Waar en door wie dat gedaan is blijft een raadsel. Het schip wordt getaxeerd op een dagwaarde van vijftigduizend gulden.

Keuring

In oktober 1987 wordt de Gemma Everdina gekeurd en ‘Vlak: redelijk goed’ bevonden.

 


1990 – motorzeilschip

Na de taxatie en keuring in 1986 verdwijnt de Gemma Everdina weer uit beeld.

Het schip komt in 1990 pas weer boven drijven, als eigenaar Jaitje Jan Dijkstra, juridisch medewerker uit Sneek, het schip verkoopt aan Rudolf Gerard van de Brake en Eveline Marlene de Boer.

Het schip wordt dan omschreven als:

Een stalen motorzeilschip genaamd Gemma Everdina,
6 cyl Mercedes dieselmotor 70pk,
type Om 312 nummer 312 188 1102

 


2005 – bestemming bereikt

Als Stichting de Ooievaart in 2005 de hand weet te leggen op de Hagenaar Gemma Everdina is meteen duidelijk dat het om een museum waardig schip gaat. Een schip ook dat thuishoort in Den Haag met, als het even kan, een ligplaats bij de Wagenbrug en natuurlijk een grondige restauratie.

De ligplaats is al snel geregeld. De restauratie is een ander verhaal en vraagt meer tijd, mankracht en materiaal. Maar het is gelukt en na ruim honderd jaar heeft de Hendrina Johanna niet alleen haar eigen naam weer terug maar uiteindelijk ook haar bestemming bereikt.

 

“Als museumboot is de Hendrina Johanna een goede illustratie van een bijzondere periode van zeilend vrachtvervoer van en naar Den Haag. Het schip laat aan de bezoeker zien hoe het schippersleven was in de eerste helft van de 20e eeuw. In al zijn facetten en soms ontberingen”

 


Zie ook: Restauratie Hendrina Johanna